Woensdag 14 augustus

Het ‘hemelbed’ slaapt prima, lijkt zelfs wat breder dan ons eigen bed, dus als de wekker om half acht afloopt worden we redelijk kwik wakker. We vinden de hele camper trouwens 'riant'. Als we een uurtje later vertrekken is het nog steeds mistig. Langs le Tréport en Dieppe rijden we richting Normandië. Wanneer de zon doorbreekt is het al weer snel warm, dus stoppen we bij een supermarkt om een pak waterflessen te halen. Dat is meteen een mooie oefening voor Kia om alleen in de camper te blijven. Ze doet precies wat we verwacht hadden: lekker voorin gaan zitten.

CAUDEBEC EN CAUX

Iets voor twaalven arriveren we in Caudebec en Caux, waar we het Musée de la marine de Seine willen bezoeken. Volgens de loods die ons ooit van Rouen naar Tancarville begeleidde zou dit museum een interessante expositie over de Mascaret hebben. We parkeren de Hymer iets voorbij het museum, in de schaduw. Het nadeel van langs de weg staan blijkt dat de camper nogal schudt als er auto’s langs rijden. Het museum gaat pas om half twee open, dus lopen we een stukje langs de Seine, waar we naar de passerende zeeboten kijken. Lang, lang geleden dat we hier zelf voeren.

Na de lunch staan we stipt op tijd voor het museum. De deur wordt opengedaan door een drukke dame die aan een stuk door ratelt, ze moet nog even naar het stadhuis, de post ophalen en een fax versturen enzovoort enzovoort, of we niet over een half uurtje terug willen komen? Dus gaan we de 15e eeuwse kerk bekijken, die van buiten fijn beeldhouwwerk, en van binnen fraaie glas in lood ramen blijkt te hebben. Als we terugkeren is madame nog steeds even zenuwachtig, blijkbaar komen er niet zoveel bezoekers...

Het museum valt ons een beetje tegen, er is wel een interessante videoband over de Mascaret, de vloedgolf die vroeger met donderend geweld de Seinemonding kwam binnenrollen en daarbij regelmatig de kades overspoelde, maar verder wordt er weinig aandacht aan de binnenvaart besteed. Wel aan de scheepsbouw, visserij, veren en de regulatie van de Seine. Het Musée bestaat uit twee gebouwen, die via een loopbrug over de weg met elkaar verbonden zijn.

Office de tourisme, Place du Général de Gaulle, 76490 Caudebec-en-Caux, tel. 33 (0)2 32 70 46 32 www.caudebec-en-caux.com

PONT AUDEMER

Omdat we Caudebec daarna wel voor gezien houden, steken we via de fraaie Pont de Brotonne, die er vorige keer overigens nog niet was, de Seine over. De betonnen (tol)brug heeft een doorvaarthoogte van 60 meter en een breedte van 320 meter. Via binnenwegen, met aan de ene kant de rivier en aan de andere kant het Forêt de Brotonne, rijden we richting Pont Audemer. We komen langs prachtige vakwerkhuizen met rieten daken, die op de nok begroeid zijn. De stokrozen hebben hier plaatsgemaakt voor geraniums. We maken een korte stop aan een ‘vieux port’ om Kia te laten rennen en zien nog een duwstel passeren.

In Pont Audemer vinden we een plekje langs de Risle, weliswaar tussen de vrachtauto’s, maar met uitzicht op de stuw. Aan de bolders te zien was dit vroeger de kade. De monding van de Risle in de Seine markeert het begin van het maritieme deel van de Seine, van daar af heb je een zeeloods nodig. De Risle zelf was vroeger bevaarbaar tot Pont Audemer, een afstand van 15 kilometer, maar nu liggen er zelfs geen jachten. Het scheen ook nogal een riskante onderneming te zijn om hier in te duiken, vanwege het tij (eau de mer?).

Bij de VVV vinden we de wandelroute 'Pont Audemer au fil de l'eau', die ons langs leuke doorkijkjes op de grachten voert. Vroeger werden de huizen langs deze grachten over water bevoorraad. De stad wordt dan ook wel het Normandische Venetië genoemd. Kia loopt buitengewoon braaf mee aan de riem, moe?

Na een verkoelende dronk op het terrasje tegenover de kerk, waarvan het portaal bijna schuilgaat achter de bloenen, fietsen we over het jaagpad een end de Risle af. Het is hobbeldebobbel met onze boodschappenfietsen, maar wel de moeite waard. Helaas buigt het pad opeens van het water af, om in een schilderachtig dorpje aan de weg te eindigen. Omdat de omgeving behoorlijk heuvelachtig is besluiten we liever veel kleine hobbels dan een paar grote te trotseren en gaan via dezelfde route terug. Terwijl we terugfietsen zien we het water al behoorlijk zakken en 's avonds is de stuw opeens tweetraps geworden.

Als Thijs de mail wil binnenhalen kunnen we de telefoon niet vinden. Geen nood, we pakken het andere toestel met de Nederlandse kaart en draaien ons Franse nummer. Hè, dat is vreemd, we horen het Franse toestel niet overgaan, maar na verloop van tijd klinkt er opeens 'allo?’ O jee, zeker een verkeerd nummer gedraaid. Volgende poging, zelfde resultaat. Shit, we zullen het toestel toch niet... Nog maar eens proberen en ja hoor, een vriendelijke meneer aan de andere kant van de lijn meldt ons toestel gevonden te hebben. Hij was van plan het de volgende dag naar de politie te brengen, maar wil het nu ook nog wel even naar de oude spoorbrug, waar hij het gevonden heeft, komen brengen. Waarschijnlijk is het daar uit mijn tas gehobbeld. Omdat de mensen hier zo eerlijk zijn durven we wel met de ramen open te slapen, want het is behoorlijk benauwd die avond.

Office de tourisme, Place Maubert, Pont Audemer, tel. 33 (0)2 32 41 08 21

Vorige Volgende


© PICARO