|
LEVEN AAN BOORD
Voor veel mensen is het een vreemd idee dat je niet alleen op een schip werkt, maar ook woont. Varen is dan ook meer dan een beroep, het is een manier van leven. Dat leven is over het algemeen zeer aangenaam, maar niet altijd eenvoudig…
BEMANNING M/V
KINDEREN
AUTO'S
SOCIAAL LEVEN
HUISDIEREN
ONS HUIS
GAS WATER EN LICHT
BOODSCHAPPEN
LEESVOER
KANT NOCH WAL…
BEMANNING M/V
Op de meeste spitsen wordt het werk (varen, assisteren bij laden en lossen, schoonmaken, onderhoud, administratie,…) door man en vrouw, schipper en schipperse, samen gedaan. Beiden hebben hiervoor meestal de benodigde papieren. Alleenvaart is op schepen tot 55 meter onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Personeel komt niet veel voor op spitsen, omdat dit (wettelijk) niet nodig is, de omzet te laag en de woonruimte beperkt. Dat laatste is ook de reden waarom wij geen passagiers of 'vakantiekrachten' meenemen op onze reizen.
KINDEREN
Vanwege de leerplicht gaan schipperskinderen meestal op zesjarige leeftijd naar een internaat. Soms gaat de schippersvrouw met de kinderen aan de wal wonen. Voor kleuters die nog niet naar school hoeven zijn allerlei voorzieningen, zoals ligplaatsscholen, mobiele kleuterleidsters en speciale lespaketten. Kinderen die in een internaat wonen, worden ieder weekend door hun ouders opgehaald en teruggebracht: vaak moeten die daar dan honderden kilometers voor rijden.
AUTO'S
Er zijn tegenwoordig nog maar weinig schepen zonder auto aan boord… de Picaro is een uitzondering. Al wordt dat ook voor ons steeds moeilijker vol te houden, doordat steeds meer ligplaatsen in stadscentra, en daarmee in de nabijheid van voorzieningen als openbaar vervoer en winkels, verdwijnen. Tijdens het varen staat de scheepsauto meestal op de luiken of op het roefdek, maar ook wel in het ruim. Het aan en van boord zetten van een auto gebeurt tegenwoordig meestal met behulp van een autokraan, maar ook nog wel met speciale autoplanken. In dat laatste geval mag er natuurlijk niet al te veel hoogteverschil tussen de wal en het schip zijn.
Je kunt natuurlijk ook niet overal de wagen op de kant zetten: het schip moet vast liggen en de auto moet op de weg kunnen komen. Hier en daar zijn speciale autosteigers, maar vooral langs de Rijn is een groot gebrek aan afzetplaatsen. Daarnaast zijn steeds meer havens en bedrijfsterreinen om 'security' redenen met hekken afgesloten.
SOCIAAL LEVEN
Net als het gezinsleven is het sociale leven van varenden anders dan bij 'gewone' mensen. Lid zijn van verenigingen en sportclubs of een cursus volgen is voor schippers die verre en onregelmatige reizen maken vaak onmogelijk. Ook feestjes schieten er regelmatig bij in, omdat je te ver weg bent, of door moet varen. Afspraken maken is ook erg moeilijk omdat je vaak pas kort tevoren weet wanneer je moet laden of lossen en waar je dan weer heen gaat, of omdat onderweg alles tegen zit… Geboekte vakanties zijn daardoor ook vaak extra 'duur', omdat je voor de zekerheid al enige tijd van tevoren geen reis meer aan kunt nemen. Als je ziek bent moet je meestal naar een vreemde arts.
Maar natuurlijk heeft het zwervend bestaan ook zo z'n voordelen. Zo ontdek je steeds weer nieuwe plaatsen, winkels, restaurants, planten, dieren… Het ene weekend 'woon' je bij wijze van spreken in Dordrecht, het volgende in hartje Parijs… en het daaropvolgende lig je 'in the middle of nowhere'!
Voor zomaar een praatje, maar ook voor informatie of een helpende hand, kun je (zeker in de spitsenvaart) altijd bij de buurman terecht. Ook al ken je elkaar (nog) niet, het varen levert genoeg stof voor een gesprek in het gangboord of bij een bakje koffie in de roef. Als je een kennis tegenkomt praat je even bij via de marifoon. Of je stopt allebei gewoon even midden in het kanaal… Sommige collega's worden, vaak nadat je een reis samen gedaan hebt, echte vrienden, waarmee je ook regelmatig via de telefoon of e-mail contact houdt. Lig je 's zomers (of, aan de Middellandse zee, 's winters…) met een paar schepen bij elkaar dan wordt er soms spontaan een barbecue georganiseerd.
En als je eens niet met de buurman overweg kunt vaar je toch gewoon weg! Als gezelschap zijn er dan nog altijd…
HUISDIEREN
Veel schepen hebben een hond aan boord , of zelfs meerdere. Een scheepshond heeft niet bepaald een hondenleven: niet alleen kan hij de hele dag bij zijn baasjes zijn, hij mag ook bijna iedere sluis even de wal op om zijn poten te strekken en een geurvlaagje achter te laten! Voor de baasjes is de hond een goede reden om 's avonds nog even dat veldweggetje te verkennen, of overdag wat extra beweging te krijgen door een pandje over het jaagpad mee te fietsen. Daarnaast zie je veel katten, vogels, knaagdieren en vissen op schepen… net als in gewone huizen!
ONS HUIS
Het woongedeelte van een schip heet roef. Op een spits is het vloeroppervlak van de roef ongeveer acht meter lang en vier meter breed, grotere schepen hebben natuurlijk een veel ruimere woning. De roef is meestal onderverdeeld in zitkamer, (open) keuken, badkamer en twee slaapkamers. Daarnaast hebben de meeste schepen nog een vooronder. De inrichting daarvan varieert van logeerkamer tot rommelhok. Men denkt vaak dat het leven aan boord wel primitief zal zijn. Maar hoewel ons huisje niet groot is, is het van alle moderne gemakken voorzien.
GAS, WATER EN LICHT
Koken doen wij op gas, de gasflessen kopen we meestal bij een bunkerstation. Ons drink- en was- en spoelwater komt uit een watertank, de grootte daarvan verschilt per schip. Op een spits is het vaak zo'n 1000 tot 3000 liter. De watertank kan op verschillende plaatsen worden bijgevuld: in grote Belgische en Nederlandse havens vaart vaak een speciale waterboot rond en onderweg kunnen we bij bunkerstations of bij sluizen water 'laden'.
Onze stroom produceren we zelf. Tijdens het varen worden de accu's via een dynamo opgeladen. De spanning van deze accu's is 24 volt. Een deel van de (navigatie)apparatuur en verlichting is direct aangesloten op dit 24 volt net. Daarnaast wordt stroom uit de accu's door middel van een omvormer omgezet naar 220 volt. Hierop zijn meestal veel gebruikte, 'lichte' apparaten aangesloten als koelkast, TV en PC. Daarnaast hebben de meeste schepen een dieselgenerator waarmee 220/380 volt wordt opgewekt voor zwaardere apparatuur als oven, boiler en elektrisch gereedschap.
Wie leeft op tanks, bunkers, accu's en flessen, springt meestal vanzelf al zuiniger om met water en energie dan de gemiddelde walbewoner, waar 'het niet op kan'. Daarnaast profiteert op een schip het huishouden (en daarmee het milieu…) niet alleen mee van de elektriciteit die door de motor geproduceerd wordt, maar ook van de warmte. Op veel (kleine) binnenvaartschepen is het centrale verwarmingssysteem namelijk door middel van een warmtewisselaar aangesloten op het koelwater van de motor, zodat tijdens het varen de kachel niet hoeft te branden. Op de meeste kleine schepen draait de generator ook niet de hele dag, maar alleen als dat nodig is. En als hij aan staat voor de wasmachine of de dekwaspomp (wat we ook weer zoveel mogelijk combineren), worden de accu's via een acculader ook meteen weer bijgeladen en de boiler verwarmd.
In sommige havens kunnen schippers gebruik maken van 'stroom van de wal', wat milieuvriendelijker zou zijn. Helaas is walstroom meestal duur, en hebben de stroomkasten vaak te weinig capaciteit om bijvoorbeeld naast de acculader en boiler nog andere apparaten (tegelijk) te gebruiken.
BOODSCHAPPEN
W anneer we 'aan de reis' zijn wordt er een grote hoeveelheid levensmiddelen ingeslagen bij de plaatselijke supermarkt, soms wel voor twee of drie weken. Het is leuk, maar soms ook wel lastig, om je inkopen steeds ergens anders te moeten doen. Boodschappen aan boord sjouwen gaat ook niet altijd even gemakkelijk, via trapjes, palen of steigers… Onderweg even iets bij halen gaat meestal niet, zeker niet op 'groot water'. In de Franse kanalen kunnen we tijdens het schutten vaak wel even een vers stokbroodje halen in het dorp. Of er fietst iemand een pandje mee.
De openingstijden van alle bakkers en supermarkten op loop- of fietsafstand van een sluis hebben we dan ook op de kaart staan! De tijd dat je overal 'cafés de la marine' met kruidenierswaren had is helaas voorbij. En verse groenten kopen bij de sluismeester is ook zeldzaam geworden. Net als sluismeesters…
LEESVOER
Iedere ochtend een krantje op de mat is er voor ons niet bij. Wel is het op sommige Nederlandse sluizen mogelijk een dagblad te kopen of een gratis vakblad mee te nemen. Abonnementen op kranten of tijdschriften hebben voor ons weer als nadeel dat je in een keer een hele stapel krijgt als je je post ophaalt op je postadres… en dan heb je al zoveel te verwerken! Dat postadres is meestal bij familie of vrienden. Gelukkig kunnen we tegenwoordig ook al veel (vak)informatie en nieuws rechtstreeks aan boord ontvangen, per e-mail en internet. Voor boeken kunnen we in Nederland terecht bij de bibliotheek voor varenden, die zowel eigen vestigingen als afspraken met gewone bibliotheken heeft, waar schippers extra veel en extra lang mogen lenen.
KANT NOCH WAL…
Zoals hierboven al tussen de regels aangetipt is, wordt het voor ons helaas steeds moeilijker gemaakt om een 'normaal' leven te leiden. De afgelopen jaren zijn is de binnenvaart met name in steden als Rotterdam, Antwerpen, Amsterdam, Parijs, Macon, Chalon sur Saône, Lyon, Avignon, Sète… heel wat ligplekken kwijtgeraakt aan passagierssschepen, woonboten, drijvende restaurants, theaterschepen, jachtensteigers en nieuwe bebouwing. Beleidsmakers dénken dat dat meer geld in het laatje brengt, en vergeten dat op schepen ook mensen wonen.
Die 's avonds of tussen twee reizen door ergens tegen de kant moeten kunnen liggen om inkopen te doen, kinderen te halen, toegang tot openbaar vervoer te hebben, naar het postkantoor te gaan, of naar de apotheek, de dierenarts, de bioscoop, een restaurant… (en dat niet alleen in het hoogseizoen!) Sluizen en overslagkades zijn daarvoor niet geschikt: je ligt er vaak de overige scheepvaart in de weg en bovendien zijn veel terreinen tegenwoordig om veiligheidsredenen afgesloten, zodat je er niet van of aan boord kunt.
|